Is twijfel zonde?
‘Niemand hoeft eraan te twijfelen, dat wij allen bij tijd en wijle twijfelen.’
Karl Barth, Einführung in der Theologie
Twijfel is een onderwerp waarover iedereen wel mee kan praten. Bijna iedereen ervaart immers wel eens twijfel in zijn leven en weet wat het is om in meerdere of mindere
mate in onzekerheid over iets te verkeren. Er is dan ook ontzettend veel om over te twijfelen: je vakantiebestemming, je studiekeuze, de uitslag van een wetenschappelijk
onderzoek dat je hebt gedaan, noem maar op. Niet altijd gaat het diep, zoals wanneer je je afvraagt of je nu je blauwe of je rode trui aan moet trekken. Er zullen niet veel
mensen zijn die zich dag en nacht met zo’n vraag bezig zullen houden! Een andere vorm van twijfel is de twijfel die geboren wordt uit pure nieuwsgierigheid of fascinatie. Je
kunt bijvoorbeeld denken aan een wetenschappelijke vraag als: is licht nu een golf of bestaat het uit deeltjes?
Maar er is ook een vorm van twijfel die je heel diep raakt. Stel dat je heel erg verliefd op iemand bent. De vraag of die verliefdheid wederzijds is, kan je dan dag en nacht
bezighouden.
Twijfel kan door verschillende dingen ontstaan of worden gevoed. De reden ervan kan buiten onszelf liggen (de stand van zaken in de wereld buiten ons) maar er kunnen ook
redenen zijn die in onszelf liggen. Innerlijke twijfel is iets heel menselijks, al zal de een er misschien vaker mee te maken hebben dan de ander. Iemands karakter of
opvoeding kan maken dat men meer dan gemiddeld ergens over twijfelt; men kan een weifelachtig en onzeker karakter hebben of door opvoeding een houding van
achterdochtigheid meegekregen hebben. Deze twijfel is vaak veel minder rationeel en heeft veel minder baat bij goede verstandelijke argumenten dan twijfel die gevoed wordt
door iets buiten onszelf.
GELOOFSTWIJFEL
Als we het hebben over geloofstwijfel, lijkt dat een veel beladener iets te zijn dan twijfel die door de dagelijkse dingen in ons opgeroepen wordt. Twijfel in het geloof – of dat nu
twijfel is over het bestaan van God of twijfel over de beloftes in de bijbel – raakt mensen vaak veel dieper. In tegenstelling tot ‘gewone’ twijfel voelen velen van ons zich
schuldig over het feit dat ze zo twijfelen over dingen die voor ons ‘vast en zeker’ behoren te zijn. Is dat schuldgevoel terecht? Is het, als het gaat om het geloof, altijd verkeerd
om te twijfelen? Is geloofstwijfel per definitie zonde?
Deze vragen zijn niet makkelijk te beantwoorden. De oorzaak van twijfel en de impact ervan op het persoonlijke leven zijn per persoon en per geval verschillend. Om die reden
zou ik graag de vormen van twijfel ruwweg onder willen brengen in twee categorieën: creatieve twijfel en existentiële twijfel.
Creatieve twijfel is onmisbaar bij ieder onderzoek en is een vaardigheid die je je bijvoorbeeld eigen maakt op de universiteit. De vraag: Is het wel zo, leert je nauwkeuriger te
kijken en kritisch te zijn in je oordeel. En dat is goed; wij zitten immers vaak vast in vooroordelen en onwetendheid. Aan de andere kant moeten we ook zeggen dat dit
zoeken naar zekerheid door kan slaan. Dan wordt twijfel existentieel en ga je alles betwijfelen.
Existentiële twijfel is de twijfel die ons het gevoel geeft, dat het antwoord op onze vragen voor ons hele bestaan bepalend is. Heeft mijn leven zin? Bestaat God? Zowel
gelovigen als ongelovigen kunnen door een fase in hun leven gaan waarin zij zich met zulke vragen heel erg bezig houden. Deze twijfel heeft over het algemeen meer impact
op het leven van mensen dan creatieve twijfel. Indien men in existentiële geloofstwijfel blijft steken en tot de conclusie komt dat er geen antwoord te geven is op de vraag of
God bestaat, en het leven een zoektocht is die niet tot zekerheid kan leiden, dan kan dat leiden tot totale scepsis. Wordt die scepsis niet genezen, en wordt scepsis ten
aanzien van het bestaan van God en daaruit afgeleide normen en waarden een breed geaccepteerde houding, dan vormt dat een rotte appel in de mand van onze Westerse
cultuur.
Je zou kunnen zeggen dat creatieve twijfel een vorm van twijfel is die kan leiden tot iets goeds: meer kennis bijvoorbeeld, of meer inzicht. Bij existentiële twijfel ligt het, zoals
we al gezien hebben, iets moeilijker. Juist omdat het veel meer impact heeft op ons leven als we existentieel over iets twijfelen, kan het heel destructief voor ons zijn als we
ons aan deze twijfel niet ontworstelen en erin blijven steken.
CREATIEVE EN EXISTENTIËLE TWIJFEL IN DE BIJBEL
Hoe spreekt de bijbel nu over deze twee vormen van twijfel? Biedt hij ons informatie die ons kan helpen antwoord te geven op de vraag of twijfel in het geloof zonde is? Kort
wil ik ingaan op hoe de bijbel spreekt over constructieve twijfel, en uitgebreider op het verschijnsel existentiële twijfel in de bijbel, daar de laatste vorm van twijfel ons het
diepste raakt.
Tegen creatieve twijfel wordt in de bijbel positief aangekeken. In Handelingen 17:11 wordt op lovende wijze gesproken over de christenen in Berea omdat zij ‘zich gunstig
onderscheidden van die te Thessaloníca, daar zij het woord met alle bereidwilligheid aannamen en dagelijks de Schriften nagingen, of deze dingen zo waren.’ Met ‘het woord’
wordt de boodschap van het verlossingswerk van Jezus bedoeld. De Joden in Berea wilden dat graag voor waar aannemen, maar onderzochten tevens de Schriften of dit
goede nieuws overeenkwam met wat er in de Schriften gezegd werd over de Messias die komen zou. Zij leerden toen dat Jezus daadwerkelijk de Messias was waarvan in de
Schriften reeds gesproken was. Het gevolg daarvan was dat velen van hen tot geloof kwamen (vs. 12). Deze niet-existentiële vorm van twijfel leidde dus tot iets geweldig
positiefs!
Als we dit bijbelgedeelte betrekken op ons eigen geloofsleven, mogen we concluderen dat het juist is om op een goede manier kritisch om te gaan met wat er in de kerk of in
de maatschappij over God en de bijbel gezegd wordt. Niet omdat we op alle slakken zout willen leggen of omdat we de betweter uit willen hangen, maar omdat van ons
gevraagd wordt dat we alles toetsen aan de bijbel. Paulus zegt niet voor niets: ‘Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te
verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust’ (2 Tim. 3:16). Vaak zullen we dan metterdaad
ervaren dat dat toetsen zal leiden tot meer kennis en inzicht in Gods Woord en de betekenis ervan voor ons leven.
Existentiële twijfel is iets wat we ook heel duidelijk terugzien in de bijbel. Vragen als: Is God wel almachtig? Houdt Hij zich wel aan zijn beloftes? Is Jezus wel echt uit de
dood opgestaan, zijn vragen die we ook terugvinden bij gelovigen in het Oude of het Nieuwe Testament, en dan niet alleen bij de ongelovigen of bij de ‘kleingelovigen’. Zelfs bij
de grote mannen en vrouwen Gods vinden we momenten van existentiële twijfel.
TWIJFELENDE GELOOFSHELDEN
In Hebreeën 11, het bekende hoofdstuk over de ‘geloofshelden’ van het Oude Testament, laat Paulus aan de hand van de levens van deze belangrijke gelovigen zien welk een
krachtige invloed het geloof in God en zijn beloftes heeft op het persoonlijke leven van Gods kinderen. Hun levens zijn bijzondere getuigenissen van hun geloof en vertrouwen
in God, zelfs als alles tegen leek te zitten en alles Gods beloftes tegen leek te spreken.
Toch, als wij de geschiedenissen van deze geloofshelden in het Oude Testament er bij opslaan, moet het ons opvallen dat zij allemaal zo nu en dan door diepe twijfel zijn
overvallen. Denk eens aan Abraham, die wel de vader van alle gelovigen genoemd werd. Door wat voor twijfel is hij niet heengegaan! In Genesis 12 belooft God hem een groot
volk als nageslacht. In Genesis 15, vele jaren na de eerste belofte, herhaalt God deze en toont hem de sterren: ‘Zo zal uw nageslacht zijn’. En hoewel Abraham nog steeds
geen kinderen heeft, gelooft hij de Here, ‘en Hij rekende het hem toe als gerechtigheid.’ Maar let nu eens op wat er verderop in het boek Genesis gebeurt. Het is inmiddels
vijfentwintig jaar nadat God Abraham heeft laten zien hoe groot zijn nageslacht zal zijn. Sara en hij hebben nog steeds geen kinderen en zijn inmiddels zo oud dat Sara niet
eens meer kinderen zou kunnen krijgen. Als God zijn belofte van nakomelingschap herhaalt, geeft Abraham openlijk blijk van zijn twijfel: ‘Toen wierp Abraham zich op zijn
aangezicht, lachte en zeide bij zichzelf: Zal dan aan een honderdjarige een kind geboren worden en zal Sara, een negentigjarige baren?’ (Gen. 17:17).
En dat was dezelfde Abraham die Paulus vele eeuwen later zou roemen om zijn grote geloof! Dezelfde Abraham die zonder iets van Gods beloftes gezien te hebben,
onvoorwaardelijk bleef geloven, liet regelmatig zijn blik vertroebelen door twijfel. Abraham, de vader van alle gelovigen? Noem hem maar gerust ook de vader van alle
twijfelaars!
Datzelfde kan van de andere bekende geloofsgetuigen gezegd worden. Van Jakob (die zo twijfelde of Gods belofte in Genesis 25:23 wel vervuld zou worden, dat hij dacht dat
hij God maar beter een handje kon helpen), van Mozes (die twijfelde aan zijn opdracht, Ex. 3:11, 4:10-13), van Gideon (die twijfelde aan Gods macht, Ri. 6:13-15), van David
(‘Zult gij mij voortdurend vergeten? Hoelang zult Gij uw aangezicht voor mij verbergen?’, Ps. 13:2) van Jeremia (die zich afvroeg of God nog wel Israëls Helper was, Jer.
14:8-9) en van vele anderen.
Ondanks dat worden zij geroemd om hun geloof. Hun twijfel leidde bij hen niet tot ongeloof, maar juist tot een sterker geloof. Zij allen hebben immers, zoals Paulus in
Romeinen 4:18 van Abraham zegt, ‘tegen hoop op hoop geloofd’. Boven Hebreeën 11 zou je dus eigenlijk moeten zetten: ‘En toch’ – en toch hebben zij vertrouwd en toch
hebben zij geloofd. Dat ‘en toch’ van het geloof geeft ons de ruimte die wij zo heel hard nodig hebben als we het hebben over geloofstwijfel.
TUSSEN TWIJFEL EN VERLANGEN
Niet alleen in het Oude Testament, ook in het Nieuwe Testament vinden wij voorbeelden van mensen die bij tijd en wijle twijfels hadden over God, twijfels die voor ons
misschien maar al te herkenbaar zijn. Wat kan het moeilijk zijn als je, terwijl je toch weet dat God je leidt, niets van die leiding en zorg lijkt te zien als je naar je
omstandigheden kijkt! En wat kan dat een bron zijn van grote twijfel! Johannes de Doper was zo iemand die hier hevig mee worstelde. Was hij het niet die de bijzondere
roeping had wegbereider te zijn? In Lucas 3:20 lezen we dat hij gevangen genomen is. Zijn leven lang heeft hij zich ingezet voor de voorbereiding van de komst van Jezus, en
nu Jezus er is en hijzelf als een misdadiger in de gevangenis verdwijnt, overvalt hem diepe twijfel.
Hij laat zijn discipelen aan de Heer Jezus vragen: Zijt Gij het, die komen zou, of hebben wij een ander te verwachten? (Luc. 7:20). Hij had Jezus voorgesteld als man van
gericht, maar Hij kwam als ‘man van smarten’.
Zo kan twijfel soms te maken hebben met een verkeerde voorstelling van zaken, of met een gebrekkige kennis van God. In het Nieuwe Testament zien we dat regelmatig bij
de mensen rondom Jezus. De meeste Joden hadden een heel ander beeld van de Messias dan Jezus liet zien. Niet alleen zijn tegenstanders; de farizeeën en
schriftgeleerden, die toch veel gestudeerd hadden, maar juist ook de mensen die Hem het meest nabij stonden; zijn discipelen. Misschien wel het moeilijkst om te geloven
was het feit dat Jezus niet de weg van macht koos, maar de weg van nederigheid. Hij stierf aan het kruis, terwijl Hij de zoon van God was! Thomas, een van zijn discipelen,
had daar, zoals we weten, bijzonder veel moeite mee. In Johannes 11 zegt hij nog tegen zijn medediscipelen: ‘Laten wij gaan om met Hem te sterven.’ Hij wilde toen liever
met Jezus sterven dan zonder Hem leven. Na zijn dood en opstanding is hij het echter die eenvoudigweg niet kan geloven dat Jezus werkelijk uit de doden is opgestaan en
gezien is door de discipelen.
Dat is pas existentieel twijfelen! Maar wel met een ‘en toch’. Want met de vraag die hem dag en nacht moet hebben beziggehouden, was hij zich er diep van bewust dat hij
heel zijn hart aan dezelfde Jezus had verloren. Wat moet hij zich verscheurd gevoeld hebben tussen enerzijds zijn verlangen om Jezus te zien, Hem hartstochtelijk te
omhelzen en Hem zijn hele leven te geven, en anderzijds zijn twijfel of het Jezus nu echt is! Want hoe verklaart u het dat iemand die hij met eigen ogen aan het kruis heeft
zien hangen nu weer levend voor hem staat?
Verlangen dat je wel alles zou willen geven, en tegelijk angst om je over te geven. Diepe hunkering hebben naar God, en tegelijk overvallen worden door gedachten als: ‘zou
Hij wel echt bestaan?’ Bestaat dat? Ja dat bestaat! Bestaat dat alleen bij zwakke randleden van de Kerk of bij nog struikelende beginnelingen? Nee, het komt ook voor bij
mensen die al lang Jezus volgen zoals Thomas, of die hun leven gaven om zijn komst voor te bereiden, zoals Johannes de Doper!
EEN ENVELOP MET EEN BOODSCHAP
Is twijfel zonde? Misschien moeten we de vraag anders stellen. Hoe ga je met je twijfel om? We hebben gezien dat twijfel in het leven van een gelovige, zelfs van iemand die
ver in het geloof is gegroeid, een heel reëel iets is. Als we momenten van ernstige twijfel meemaken, hoeven we daar dus niet verbaasd over te zijn. De geloofsgetuigen van
Hebreeën 11 werden niet als voorbeeld gesteld omdat ze nooit getwijfeld hadden, maar omdat ze hun geloof niet door twijfel lieten overwinnen. Blijkbaar komt het dus aan op
de vraag hoe je met de twijfel – die een realiteit is in het leven van ieder gelovige – omgaat. Als je dat op een verkeerde wijze doet, kan dat je afleiden van Christus en leiden
tot zonde.
Op welke wijze kun je dan verkeerd omgaan met twijfel? Je kunt bijvoorbeeld je twijfel voor jezelf en anderen verdringen, misschien juist wel omdat je het als een zonde
beschouwt om te twijfelen. We hebben bij bovengenoemde bijbelpersonages gezien dat ze hun twijfel openlijk kenbaar maakten. Daardoor waren zij in staat om door God
gecorrigeerd te worden, wat vaak leidde tot een dieper geloof en een vaster vertrouwen. Wie twijfel verdringt of op de twijfelvragen (ook de hele diepe) een taboe legt, die moet
niet verbaasd staan als hij niet verder groeit in het geloof. Je kunt niet groeien in het geloof als je niet openlijk je twijfel aan God of anderen kenbaar maakt en je laat
onderwijzen.
Aan de andere kant kan je ook niet groeien in het geloof als je met je twijfel koketteert, als je die te veel eer en aandacht schenkt. Ook binnen de Kerk komt het voor dat
men zichzelf en anderen voorhoudt dat het leven een zoektocht is die niet tot absolute zekerheden over God kan leiden, omdat ‘wij mensen in onze beperktheid immers nooit
uitspraken kunnen doen over een God die boven is’. Dit kan ertoe leiden dat men existentiële geloofsvragen gaat koesteren en achterdochtig wordt omtrent
geloofszekerheden.
Hoe dan ook, twijfel blijft een moeilijk ding. Ik moet vaak denken aan de woorden van Paulus in Romeinen 7: ‘Wat ik niet wil, dat doe ik’. We willen niet twijfelen, en zouden
het liefst ons gehele leven lang stralende getuigen zijn van het geloof, de hoop en de liefde die God in ons hart gelegd heeft. Maar toch is twijfelen een realiteit; een realiteit
waar we zowel in relatie tot onszelf als tot anderen moeilijk mee om kunnen gaan. Een realiteit ook die ons doet herinneren aan de gebrokenheid van ons bestaan. Twijfel is
en blijft in de bijbel in de eerste plaats een gebrek aan vertrouwen, dat hebben we hierboven kunnen zien. In het woord ‘twijfel’ zit het woord ‘twee’; je hinkt als het ware op
twee gedachten en wordt door tweeërlei gevoelens besprongen.
Is het dus juist om te zeggen dat ‘twijfelen uit den boze’ is en ‘zondig’? In de kerk is dat vaak gezegd en er ligt soms een sterk taboe op twijfelen. Helaas heeft dat er al vaak
toe geleid dat mensen hun twijfels en vragen gingen verdringen of niet aan de orde durfden te stellen, uit angst door anderen veroordeeld te worden. Daarmee waren ze
natuurlijk niet van hun twijfel af, vaak integendeel. Nee, dan houd ik het liever bij Helmut Thielicke, die twijfel een envelop noemt, die een boodschap in zich bergt. Maar om
die boodschap te lezen, moet je de envelop wel openmaken!
VERSCHILLENDE SOORTEN TWIJFEL
Hoe ga je nu om met die twijfel, allereerst in jezelf? Ik denk dat het heel verhelderend is als je in grote eerlijkheid eens bij jezelf probeert na te gaan waar die twijfel nu
eigenlijk vandaan komt. Want twijfel is soms net als koorts, je kunt het pas bestrijden als je weet waar de ontsteking zit. Twijfel komt ergens uit voort. Wie die bron van zijn
twijfel niet begrijpt, die is als een vuistvechter die zomaar in de lucht slaat!
Twijfel kan door zoveel verschillende dingen worden veroorzaakt, daar moet je eerst kijk op zien te krijgen. Zo onderscheid ik drie soorten twijfel:
1. Twijfel die teruggaat op het verstand en veroorzaakt wordt door gebrek aan inzicht of het verwerven van nieuw inzicht, of gebrek aan feiten. Daarover handelt hoofdstuk 2
2. Twijfel van de wil, die teruggaat op vaak onszelf maar half bewuste bindingen. Daarover gaat hoofdstuk 3.
3. En twijfel van het gevoel, die alles te maken heeft met hoe ik God ervaar. Daarover gaat hoofdstuk 4.
Bij ieder van de drie twijfels moet je een heel andere therapie volgen. Een misslag is soms heel pijnlijk. Om nog even bij medische beeldspraak te blijven: wie maagpoeders
inneemt tegen hoofdpijn, maakt de zaak alleen maar erger. Zo is een verstandsargument in sommige gevallen de uitkomst, maar in andere gevallen verschaft het de twijfelaar
een alibi om zich achter te verbergen en zijn twijfel des te krachtiger vol te houden.Wie lief en zacht is tegen de wilstwijfelaar begaat een fout, maar wie streng en
veroordelend is tegen iemand die twijfelt in zijn gevoel begaat een even grote misslag. Bij de verstandstwijfel is het zaak om eerst de geest te beproeven. Dat verschil
verklaart ook waarom de bijbel zo verschillend spreekt over twijfel: de ene keer heel mild, maar de andere keer heel afwijzend en scherp veroordelend.