Het einde en het begin
Je weet net zo goed als ik dat er meer is…
Er komt hoe dan ook altijd een vervolg.
Archibald McLeish
Een ingrijpend verlies is net zo verwoestend als een grote overstroming. Het
is onverbiddelijk, genadeloos en onbeheersbaar. Het vreet aan lichaam, ziel
en geest. Soms brengt een verlies onmiddellijk schade toe, zoals bij een
overstroming die ontstaat door een damdoorbraak, waardoor grote hoeveelheden
water ineens vrijkomen. Alles wat op de route ligt wordt weggevaagd. Soms
brengt een verlies geleidelijk schade toe, zoals bij een overstroming door
hevige regenval, waardoor de rivieren en meren buiten hun oevers treden.
Alles wat binnen het bereik van het water komt, wordt overstroomd, en raakt
doortrokken met water. Wat het water aanraakt, gaat kapot. In beide gevallen
leidt een ingrijpend verlies tot een blijvende verandering in het landschap
van iemands leven.
In mijn geval was het als een doorgebroken dam. Ik werd plotseling
overspoeld door een pijnlijke vloed, die ik niet had zien aankomen.
Lynda en ik waren bijna twintig jaar getrouwd. Ze genoot van haar kinderen.
Ze waren, stuk voor stuk, een geschenk voor haar, omdat ze er na elf jaar
van onvruchtbaarheid niet meer op rekende dat ze ooit eigen kinderen zou
hebben. Hoewel ze afgestudeerd was aan het conservatorium van de
Universiteit van Southern California, professioneel zangeres, koordirigente
en zanglerares was en bovendien actief in kerk en maatschappij, kon ze haar
verlangen naar kinderen nooit echt loslaten. Toen ze in zes jaar tijd vier
gezonde kinderen kreeg was ze in de zevende hemel. Ze genoot intens van het
moederschap.
In de herfst van ’91 gaf Lynda privé-onderwijs over de inheemse indiaanse
cultuur in Amerika aan onze twee oudste kinderen. Ze besloot de lessen af te
sluiten met een bezoek aan een reservaat in Idaho. Op een vrijdagmiddag
stapten we daarom met onze vier kinderen in de auto om naar het reservaat te
rijden. Daar zouden we eten met de stam en getuige zijn van onze eerste
powwow.1 Mijn moeder, Grace, die het weekend bij ons logeerde, besloot om
mee te gaan op onze trip. Tijdens het eten praatten we met de stamhoofden
over hun projecten en problemen. We hadden het met name over drankmisbruik,
dat zo veel van wat ze wilden bereiken, ondermijnde.
Na het eten gingen we naar een kleine open ruimte, waar de powwow al
begonnen was. Ook daar waren diverse stamhoofden aanwezig. Ze legden de
dansen die de stamleden uitvoerden uit en vertelden over de traditionele
kleding van de dansers. Eén dans sprak mij bijzonder aan – een dans die de
rouw over een onlangs overleden stamgenoot uitbeeldde. Ik was gebiologeerd
door de trage, ingehouden beweging van de dansers. De dans, de zang en het
ritme van de trommels creëerden een sfeer die het verdriet dat zij – en ook
wij als toeschouwers – voelden tot uitdrukking bracht.
Toen we ongeveer een uur naar de powwow gekeken hadden, vroegen een paar
kinderen uit de stam onze twee dochters, Catherine en Diana Jane, om mee te
dansen. De jongens gingen de omgeving verkennen. Dat gaf Lynda en mij de
gelegenheid om meer over de stam aan de weet te komen.
’s Avonds tegen kwart over acht hadden de kinderen er genoeg van. We gingen
daarom terug naar de auto en vertrokken naar huis. Ondertussen was het
donker geworden. Toen we een minuut of tien onderweg waren zag ik, terwijl
we op een rustig gedeelte van een snelweg reden, een auto aankomen die veel
te hard reed. In een bocht minderde ik vaart, maar de andere auto deed dat
niet. Hij vloog uit de bocht en knalde frontaal op onze auto. Later hoorde ik
dat de vermoedelijke chauffeur een dronken indiaan was, die 140 kilometer
per uur reed. Zijn zwangere vrouw zat ook in de auto. Ze was net zo dronken
als hij en heeft het ongeluk niet overleefd.
Die eerste ogenblikken na het ongeluk leek het alsof alles in slowmotion
gebeurde. Het is allemaal scherp op mijn netvlies gebrand. Toen ik mijzelf
iets hervonden had, keek ik om mij heen om de schade op te nemen. Het was
één grote chaos. Ik zie nog de verschrikking op de gezichten van mijn
kinderen en de huiver die mij beving toen ik de bewusteloze en gebroken
lichamen van Lynda, mijn vierjarige dochter Diana Jane en mijn moeder zag.
Ik weet nog hoe ik Catherine (toen 8), David (7) en John (2) uit de auto
haalde via mijn portier; de enige die open wilde. Ik zie me nog een pols
opnemen en mond-op-mondbeademing geven. Ik probeerde de stervenden te redden
en de levenden te kalmeren. Totale paniek overviel me toen ik Lynda, mijn
moeder en Diana Jane onder mijn ogen zag sterven. Daarna volgde een
chaotische toestand: mensen die met open mond stonden te staren, het
schijnsel van zwaailichten, een overvliegende helikopter, stoppende auto’s
en toeschietende medische hulp. Ik weet nog hoe het toen al tot me doordrong
dat ik nu spoedig in een duistere periode gestort zou worden, waar ik
misschien wel nooit meer als een normale, gezonde, gelovige man uit zou
komen.
In de uren na het ongeluk maakte de eerste shock plaats voor een
ongelofelijke ellende. Ik werd draaierig van een duizelingwekkend verdriet,
afgesneden van vrienden en familie, gefolterd door verlies, misselijk van
pijn. Na aankomst in het ziekenhuis ijsbeerde ik heen en weer als een
gekooid dier, dat nog maar net gevangen zit. Ik was zo verbijsterd dat ik
geen vragen kon stellen of normaal kon denken. Ik was zo bang en onrustig
dat het leek alsof ik belaagd werd door een gestoorde moordenaar, aan wie ik
niet kon ontkomen. Ik kon niet stoppen met huilen. Ik kon het oorverdovende
kabaal van krakend metaal, gillende sirenes en huilende kinderen niet
uitbannen. Mijn ogen bleven het beeld van vernietiging vasthouden, een beeld
van glasscherven en gebroken lichamen. Ik wilde ook dood zijn. Verder niets.
Alleen een besef van verantwoordelijkheid voor mijn drie kinderen die het
ongeluk overleefd hadden en de veertig jaar oude gewoonte om adem te halen,
hielden mij in leven.
Die vloed van emoties vaagde het leven weg dat ik al die jaren gekoesterd
had. In een enkel ogenblik werd het gezin zoals ik dat kende en liefhad
uitgewist. De vrouw met wie ik twintig jaar getrouwd was, was dood. Mijn
lieve Diana Jane, ons derde kind, was dood. Mijn moeder, die mij het leven
geschonken had en mij had opgevoed, was dood. Drie generaties. In één klap
weg!
Die eerste stortvloed van verlies maakte in de daarop volgende maanden
langzaam plaats voor een gestaag voortstuwende pijn. Net zoals water elke
weg vindt waarlangs het kan gaan, komt verdriet in elke kier van de
menselijke geest en schuurt die uit. Ik dacht dat ik gek werd. Ik werd zwaar
depressief. De fundering van mijn leven dreigde in te storten.
Het leven was een chaos. Mijn kinderen zaten ook vol verdriet en angst. John
was ernstig gewond. Zijn dijbeen was gebroken tijdens het ongeluk. Drie
weken lang was hij aan bed gekluisterd. Daarna zat hij nog acht weken in
beugels. Veel mensen belden me op of stuurden brieven en zochten contact om
te helpen en samen te rouwen. De verantwoordelijkheden thuis en op mijn werk
stapelden zich op, zodat ik eronder dreigde te bezwijken. Ik weet nog hoe ik
me ’s avonds uitgeput in mijn favoriete stoel liet vallen. Ik was zo moe en
vertwijfeld dat ik niet wist of ik de komende dag zou overleven. Of ik de
dag überhaupt wel wilde overleven. Het leven zelf werd een straf. Ik dacht
dat de dood een aangename opluchting zou zijn.
Ik telde de dagen waarop ik huilde. Het waren er veertig. Toen hield het op.
In ieder geval voor een paar dagen. Ik verbaasde mij over de wijsheid van de
oude Hebreeën, die een periode van veertig dagen opzij zetten om te rouwen.
Alsof veertig dagen genoeg waren! Later zag ik in hoe naïef die gedachte
was. Het was pas na die veertig dagen dat mijn verdriet te diep werd voor
tranen. Mijn tranen veranderden vervolgens in zilt; in een bitter en
brandend gevoel van verlies waar tranen niet langer vorm aan konden geven.
In de daarop volgende maanden verlangde ik naar de tijd waarin het verdriet
nog vers was en de tranen gemakkelijk kwamen. Die emotionele opluchting zou
de last tenminste ietwat verlicht hebben, al was het maar voor even.
Er was natuurlijk geen enkele manier waarop ik me had kunnen voorbereiden op
de aanpassingen die ik zou moeten maken, noch op mijn persoonlijke lijden in
de maanden en jaren die voor mij lagen. Toch zag ik in de nacht van het
ongeluk, in de uren tussen het ongeval en onze aankomst in het ziekenhuis,
als het ware een glimp van wat me te wachten stond. Omdat het ongeluk
plaatsvond op het platteland van Idaho, net buiten het indianenreservaat,
duurde het meer dan een uur voordat een ambulance ons alle vier naar een
ziekenhuis kon brengen. En dat was nog eens een uur rijden. Die twee uur
tussen het ongeluk en onze aankomst zijn de meest levendige, ontnuchterende
en memorabele momenten van reflectie geweest die ik ooit gehad heb of nog
zal krijgen. Ik stond tijdelijk buiten ruimte en tijd zoals ik daar
vertrouwd mee was. Op een of andere manier zweefde ik tussen twee werelden.
De ene wereld was die van mijn verleden. Een mooie wereld die nu aan
gruzelementen lag in een hoop schroot aan de kant van de weg. De andere
wereld was die van mijn toekomst, die me wachtte aan het einde van die lange
rit naar het ziekenhuis als het grote beangstigende onbekende. Het drong tot
me door dat er net iets ongelofelijks en onbegrijpelijks was gebeurd. Door
een wonderlijke kronkel in het lot of door een mysterieuze goddelijke
voorziening was ik verzeild geraakt in omstandigheden waar ik niet voor
gekozen had en die ik me niet had kunnen voorstellen. Ik was het slachtoffer
van een vreselijke tragedie. Ik deed verwoede pogingen om een manier te
bedenken om te ontkomen aan de pijn die - dat wist ik intuïtief – mij en
mijn gezin te wachten stond. In dat moment buiten de tijd, sloot ik elke
optie uit, op één na. Ik was me er van bewust dat ik veel te lijden zou
hebben en veel moest regelen; daar was geen ontsnappen aan. Er was geen
enkele weg, behalve doorgaan. Dwars door de afgrond. Het verlies dat het
ongeluk met zich meebracht had mijn leven veranderd. Er lag een weg voor me,
die ik af moest leggen, of ik dat nu wilde of niet. Er was me zowel een
enorme last als een geweldige uitdaging opgelegd. Ik zag dé test van mijn
leven onder ogen. De ene fase in mijn leven was voorbij; een andere, zware
fase stond op het punt te beginnen. Toen de ambulance aankwam bij het
ziekenhuis, stapte ik een totaal nieuwe wereld binnen.